|
|
|
Klein Venijn handelt over de inzet in 1944-1945 van zogenaamde Kleinkampfmittel waarmee de Duitsers de geallieerde bevoorradingskonvooien naar Antwerpen aanvielen. Dat gebeurde met een- en tweepersoonsonderzeeboten (onder andere van het type Biber en Seehund) en snelle motorboten (de Linse). De onderzeeboten waren uitgerust met twee torpedo's of een torpedo en een mijn; de motorboten waren volgestouwd met explosieven die ontploften wanneer de Linse een geallieerd schip raakte.
De inzet van dit soort strijdmiddelen was niet nieuw. De Italiaanse marine gebruikte aan het begin van de oorlog al bemande torpedo's, de Japanners zette dwergonderzeeboten in bij de aanval op Pearl Harbour en de Britse marine bracht het Duitse slagschip Tirpitz met kleine onderzeeboten zware schade toe. Volgens auteur Cor Heijkoop hebben de Bibers en hun soortgenoten een gering militair effect gehad. Veel van deze vaartuigen raakten uit koers. De inzet ervan veroorzaakte vooral onrust bij de geallieerden. Zestig schepen zijn tot zinken gebracht en enkele tientallen beschadigd. Dat is 1 procent van de geallieerde verliezen. De meeste schepen gingen door mijnen ten onder.
|
|